Het maakt niet meer uit

Het is geweest, het is voorbij, de grote leegte lijkt niet meer in te vullen. Alles is gedaan, alles is gezocht, niets is gevonden behalve alleen maar die klote ziekte die zich verspreid heeft in haar lijf. Niet te houden, niet te stuiten, een toekijkende wetenschap die probeert, trial and error…..verwachtingen scheppend tot het eind, een positief geluid brengen, verbazing uitspreken en moed inspreken. Ze heeft gevochten, ze was er niet klaar voor…wij ook niet…nooit en dat zal misschien wel zo blijven.

De romantiek, mooi dat je de laatste secondes erbij was, die is er niet, niet bij een vechter die niet wil.  Gevochten dat is er, met zijn allen schouders er onder, alles op zij werk, geld het doet er niet meer toe. Een strijd op leven of dood, een dunne lijn, het is een bloedige strijd geweest…het maakt nu niet meer uit….wij hebben haar verloren, zij heeft verloren, Susje heeft verloren.

Valse melding

Mijn hoofd bonkte nog van de vele flessen bier die de avond van te voren waren genuttigd. Het was gezellig in de sportkantine, waar ik al tijden niet meer geweest was. Het ritueel van sporten, bier drinken en nog even de stad in lag al ver achter me, maar het was meer dan aangenaam, dus met een glimlach op mijn gezicht, probeerde ik nog enig werk te verzetten. Ik had vandaag geen studenten, dus kon mij enigszins verschuilen achter mijn bureau en met het raam open de geuren van mijn wilde nacht weg laten waaien. Als professor  “common sense” had ik de vreemde eigenschap dat na een nacht vol drank, absoluut niet te kunnen tegen ingewikkeld en interessant gedoe van collega’s. Dat gegeven maakte mij geliefd en gehaat tegelijkertijd. “Je hebt zeker weer gezopen”, als een ballerige  interessant doende poenige collega geen gehoor vond en mijn kamer uit geveegd werd. “Rot toch op met al je interessante gelul”, zei ik dan, ja deze rol paste mij goed.

Susje was op een camping, niet ver van haar woonplaats, maar een heerlijke break out op een volks terreintje. Je kent het wel, caravans in een cirkeltje, gezellig naar elkaar zwaaien en een praatje pot. Zo’n boerderij die naast het boeren camping speelt, haar kinderen waren er dol op. Een goed idee, want haar man, was even het land uit en de zon scheen volop. Susje en ik hadden niet veel contact, want het motto was altijd, zolang je elkaar niets te melden hebt, hoef je ook niet te bellen of te mailen. Hiermee hadden we een zeer aangename weg gevonden om elkaars levenstijlen goed te kunnen accepteren. Geen ingewikkelde afspraken, geen verjaardagsverplichtingen, geen nodeloos bij elkaar zitten. Maar genieten, ervaren en avonturieren.

Susje was een familiemens, plande heel haar agenda vol met afspraken, haar agenda was haar lust en haar leven, hoe meer afspraken hoe beter. Het sociale leven draaide om haar agenda. Mijn leven was die van een professor, altijd onderweg, binnen -en buitenland, denken, schrijven, ruzie maken, eigenwijs zijn en nergens tijd voor hebben, als ik er geen zin in had.

Het was die kantoordag met de kater, dat zij belde. “Antonius, ik moet je wat vragen?”.  ” Ok, wat is er aan de hand?”, antwoorde ik. Susje ging verder ” Ik heb vanmorgen pijn op mijn borst gekregen en nu willen ze dat ik met een ambulance naar het ziekenhuis ga. Maar dat wil ik niet, ik kan zelf nog rijden, maar kun jij de kinderen ophalen van de camping, ze zijn net op een huifkartocht en over 45 minuten terug. Ik rij naar het ziekenhuis en jij vangt ze op, is dat goed?.” Zonder er bij na te denken, sprong ik direct na dit gesprek in de auto en eigenlijk nog niet in staat om goed te rijden, reed ik met 140km per uur naar de camping toe.

Onderweg schoten de gedachtes door mijn hoofd, zou Susje het wel redden in de auto, wat is er aan de hand, een hartinfarct, laten we maar hopen dat het niets is. Onderweg toch maar even gebeld: “Gaat het?” vroeg ik, Susje antwoordde bevestigend dat ze onderweg was en dat het goed ging. Ook vertelde ze dat ze een aardige mevrouw op de camping bereid had gevonden de kinderen op te vangen, die nog van niets wisten. Precies toen ik het boerendorpje inreed kwam ik precies achter de huifkar te rijden waar de kinderen inzaten. Ik zag de drie blije kinderen van Susje achterin zitten. Terwijl ik het boerenerf opreed, sprongen de kinderen de huifkar uit, de aardige mevrouw zag ik op de drie kinderen  aflopen, ik sprong de auto uit en rende op de kinderen van Susje af. ” Ik ben er om met jullie de caravan op te ruimen, het gaat niet zo goed met jullie mama dus we moeten naar huis…was de huifkar tocht wel leuk?” zei ik, de kinderen knikten bevestigend en begrijpend dat er iets ernstigs aan de hand was. De aardige mevrouw wachtte even tot ik de auto die dwars op de weg stond op de parkeerplaats had gezet en vertelde nog even in bijzijn van de kinderen hoe erg zij het vond.

In de caravan was het een gezellige rommel, het theepotje stond nog op de tafel en spelletjes die net voor de huifkartocht gespeeld waren stonden te wachten op een vervolg. De oudste van tien, begreep het meteen en begon haar tas in te pakken, terwijl de twee jongsten van zeven en vijf duidelijk moeite hadden om dit gezellige vakantiehol te verlaten en met van alles begonnen te gooien. Met enige kwaadaardige toon begon ik ook de jongsten te manen om mee te werken, wat lukte na de belofte van een Happy Meal. Het was inmiddels etenstijd en we namen afscheid van de buren op de camping, die ook maar nauwelijks konden bevatten wat er aan de hand was. De man van Susje was inmiddels op de hoogte en druk doende een vliegtuig te krijgen om naar haar toe te gaan.

In de auto zaten de kinderen er beduusd bij, ik legde uit wat er aan de hand was en dat we een onderweg het beloofde kinderdiner zouden opeten. Ze waren daar blij mee en lieten de situatie gelaten over zich heen komen. De kinderen gingen met mij mee naar huis en mijn vrouw zorgde voor matrassen zodat ze verder konden met kamperen in onze huiskamer. In afwachting van de onderzoeken die nu gaande waren. Iedereen was stil en wachtte in spanning af, tussendoor was er met Susje sms contact, om te beoordelen hoe het ging. Inmiddels waren we vier uur verder en haar man was al weer geland op Schiphol en onderweg naar het ziekenhuis.

Om 23:00 uur kwam er telefoon, Susje mocht naar huis, het was niet levensbedreigend er was geen sprake van een hartinfarct, het was een signaal dat we niet konden plaatsen, een valse melding. We dronken nog even een kop thee met Susje en haar man en tilden de kinderen slapend in de auto.  Blij en opgelucht dat er niets aan de hand was.

Vakantie

Susje, was gerust en wist te vertellen, ” Als zij zeggen dat het niets is, dan is het niets.” Susje werkt in de verpleging dus zij zal het wel weten. “Dit soort dingen hebben tijd nodig, het is altijd schrikken, maar het vertrouwen komt dan met de tijd” zei ik. Susje knikte bevestigend en vertelde dat de vakantie gewoon door zou gaan. ” Vakantie zal me goed doen en als het te druk is doe ik gewoon lekker niets.” zei ze.  Anderhalve week later was het zover, Susje ging met haar man en de kinderen op vakantie, naar Friesland, heerlijk genieten van de rust en ruimte op een boerderijcamping. Juist die boerderij campings waarvan Susje en de kinderen zo konden genieten met de dieren en de hooiberg. Meestal was er dan ook zo’n reuze trampoline en waren de kinderen de hele dag in de weer op de boerderij met andere kinderen, springen en spelen. Een genot om naar te kijken.

Ik was gewoon weer aan het werk, zoals altijd, vakantie is voor mijn gezin, toch altijd een beetje werk, dat hoofd staat nooit stil en teveel mensen lullen ingewikkeld wat weer wat ” common sense”  nodig had. Al met al het leven volgde zijn normale koers en de telefoon was stil, zowel Susje als ik gingen ieder onze eigen weg.  Genoeg reden om zorgeloos op pad te gaan en dus stapten wij op de boot naar ons favoriete eiland  waar we onze tweede woning hadden en we altijd met de hele familie genieten van de autovrije omgeving. Het wandelen en fietsen langs de zee is altijd onze manier gebleven om alles wat er gebeuren zou enigzins te kunnen plaatsen.

Onze dochter van twee begon te praten tijdens deze vakantie, dit was een rijk moment in de wetenschap dat dit alleen maar vooruitgang betekende. Het opgroeien van een kind, om te beginnen met de grote verandering in groei van baby tot vooruitbewegend persoontje en vervolgens tot brabbelende wandelende dikkerd om nu te gaan praten, wat een geweldige ervaring. Heerlijk voor onze woning op het zonneterras met de nodige eilanderdrankjes genoten we in een roes van ons kind en de natuur, tot Susje belde.

” Hoi Susje, waarom bel je nu? Is het een lekkere vakantie?” , vroeg ik. Het bleef even stil aan de andere kant van de telefoon, ingetogen antwoordde ze ” Het is hier heel leuk, maar ik kan geen pap meer zeggen, ik zit de hele dag op een stoel en ik groei dicht. Het lijkt wel alsof er kilo’s per dag aanvliegen, dus we gaan weer naar huis, we gaan naar het ziekenhuis terug, er klopt iets niets”.  Ik probeerde haar te sussen en adviseerde haar gevoel te volgen. “Is er iets dat ik kan doen” , vroeg ik, maar dat was niet nodig dus we bleven op het eiland.

Susje had haar kinderen bij opa en oma gebracht om te gaan logeren. Ze zat met haar man in het ziekenhuis te wachten, toen ik belde. “Hoe gaat het? Is er al iets bekend?”. “Het is verschrikkelijk, we zitten nu voor de derde keer meer dan een uur te wachten, we zijn begonnen bij de EHBO, toen bij het bloedonderzoek en nu wacht ik op het maken van de foto’s  en ik voel me zo slecht”, antwoordde Susje en ze vervolgde haar verhaal, “De eerste uitslagen komen over drie uur ze zetten er druk op, het is wachten, wachten en nog eens wachten, wel bijzonder om nu eens in de rol van de patiënt te zitten, dan zie ik hoe het is.” We spraken af dat we telefonisch contact zouden hebben zodra er uitslagen kwamen.

De meeuwen vlogen over ons huis, de stilte van het eiland maakte alles nog stiller, de wind liet niet zich van zich horen, mijn vrouw en ik waren stil, zeiden niet veel  tegen elkaar. Onze gedachtes af en toe werden afgeleid door de twee jarige peuter die goed voor haar eigen aandacht zorgde en zoals altijd niet te stuiten was voor het slapen gaan.  Angstig hielden we de telefoon in de gaten alsof we op een examenuitslag wachtten. We wilden maar één ding, antwoorden en dat antwoord kwam.

Om 21:00 uur ’s avond belde Susje, “Ze weten het niet, maar iedereen denkt dat het eierstokkanker is, ik bel jou als eerste, pappa en mamma durf ik nog niet zo goed te bellen”, ik bleef kalm en vroeg wat er aan de hand was.  Susje vertelde dat ze de volgende dag allemaal onderzoeken zou ondergaan en dan naar huis kon.  Maar het was zeker dat actieve tumoren zorgden voor vochtophoping in haar buik, waardoor het niet voelde dat ze kilo’s aankwam, maar ook daadwerkelijk kilo’s aangekomen was.  Susje moest in het ziekenhuis blijven op afdeling gyneacologie om een CT scan te maken en alle andere dingen die nodig waren om te kunnen kijken hoe ernstig het was. “Bel pappa en mamma maar en vertel dat je in goede handen bent, nu weten we er aan de hand is en kan er iets aan gedaan worden. Ik zal ze later op de avond bellen.”, zei ik, meegaand in de hoopvolle berichtgeving dat er iets aan gedaan kon worden.

Nu konden we iets doen, mijn vrouw en ik pakten onze laptops en gingen aan de slag, wat is dat eigenlijk eierstokkanker en wat is er tegen te doen, wat zijn de overlevingskansen en methodes. Na een half uur lazen we dat er een overlevingskans van 30% was om nog langer dan vijf jaar mee te kunnen.  Ik belde mijn ouders en regelde een huurauto voor een aantal dagen op het vaste land, mijn zwager vertelde het de kinderen dat ze nog even bij opa en oma moesten blijven, omdat hun mamma nog even in het ziekenhuis zou blijven.

De volgende middag kwam ik om 15:30 uur aan in het ziekenhuis. Susje lag op een bed in de gang klaar voor de CT-scan, net toen ik binnenkwam werd ze opgehaald, dus ik ging mee. Wetende dat er tumoren actief zijn en daardoor haar buik tot het formaat hoogzwanger was gegroeid en de normaal gesproken blijde associatie met gyneacologie, werden de diverse felicitaties door de mensen naar Susjes hoofd geslingerd. We moesten er maar om lachen. Susje lag in bed, had redelijk goed geslapen, alleen wat last van haar ribbenkast door de grote hoeveelheid vocht in haar buik onder druk stond. Susje lag met haar bed in de gang met een rode kaart met daarop geschreven “CT-scan”, al grappend stelde ik voor dat kaartje even bij een andere patiënt die lag te slapen neer te leggen en te kijken wat er zou gebeuren.

De donkere kamer tijdens de echo en het ouderwetse zwart wit scherm plus een enorme buis die in haar buik verdween om de scan te kunnen maken was  even slikken, maar ik wilde graag aan haar zijde blijven en zijn. “Gek he, zei Susje tegen mij, om me nu zo te zien.”  Ik antwoordde dat ik het fijn vond om bij haar te zijn, dit hoorde er nu maar bij.  Uit het buisje kwam vocht gelopen, 6,5 liter verliet het lichaam van Susje in 2 uur tijd….bijna een krat bier. Susje mocht naar huis toe en moest nu een week wachten op de uitslagen.

Ik ging nog even langs mijn ouders en de volgende ochtend reed ik weer terug naar de boot en ging terug naar het eiland. De zin om vakantie te vieren was weg, na vijf dagen gingen we terug naar huis.

 

Ervoor gaan

Deze dag was het zover, Susje ging naar het ziekenhuis voor de uitslagen. De oncoloog en de gyneacoloog hadden de uitslagen binnen gehad en samen overlegd. Na uren in spanning te hebben gewacht, kwam de gyneacoloog met  slecht nieuws het is mis. De kanker in de eierstokken is hyperactief, waardoor er ook uitzaaiingen zijn op de lever zijn te zien. Dus er is niet alleen eierstokkanker maar ook een tumor op de lever, dat was het slechte nieuws. Daarbij wordt ook gemeld dat genezing niet meer tot de mogelijkheden behoort, alhoewel daar een week later weer op terug gekomen wordt.

We zouden wel zien wat er gebeurd, maar de gyneacoloog stelde gerust dat een chemokuur kan helpen, vervolgens de eierstokken opereren en vervolgens weer chemo. Alles op alles, maar het zou de activiteit stoppen daarna kan er dus geopereerd worden. Als de bron ook wel haard maar weg is, dan was de kans er dat de lever ook kon herstellen.  Met de harde sportmentaliteit van haar man als levenscoach zou dat wel lukken, opgeven stond niet in zijn boek. Samen vormden ze een team om te vechten.

De wetenschap was toch heel ver, dus de artsen moesten we vertrouwen,deze wisten heus wel wat ze deden, dachten we. Een chemokuur van drie weken en daarna zou alles weggehaald worden wat er weggehaald moet worden in haar buike, dat was het voorstel. Susje grapte “ik lijk wel een kip” . Vol vertrouwen – deze feiten tot ons nemend – ging Susje aan het infuus. Bloedverdikkers, bloedverdunners, antibiotica, een doos vol chemozakken,  tja het was even wennen. Susje was moedig en besprak de zaken met mij die volgens haar geregeld moeten worden, de dagelijkse dingen, maar niet over de dood. Maar iedereen in de omgeving wilde graag helpen en er de bloemenzee en kaarten zee die Susje, zorgden dat haar man en de kinderen wisten dat er met ze meegeleefd werd.

Toch was ik er niet gerust op, ik merkte dat mijn hoofd groeide tot een ballon en mijn oogballen brandden achter mijn oogleden. Maar er was geen tijd, het moest nu en snel. Wachten was geen optie. Susje ging ervoor en ze moest gesteund worden door alles en iedereen.

Ondertussen haalden we de beelden erbij van een spraakmakende wielrenner die kanker overwonnen had, werd de kinderen Chemo Kasper uitgelegd en ineens was kanker een gegeven waar we mee te dealen hadden. Het ziekenhuis werd een vertrouwde plek en de zakken vol chemo sijpelden in Susjes lijf. Murw geslagen door alle onnozelheid van het ziekenhuis die Susje ervaarde als patiënt, en ex-professional, begonnen we ons hier thuis te voelen, hoe gek dat ook mag klinken.

De gyneacoloog had goed nieuws, de chemokuur werkte goed, dus de operatie wordt een feit. De haard, de eierstokken zijn nu zo klein, die kunnen verwijderd worden. Dat is mooi, alles wat er nog meer niet goed zit werd gelijk meegenomen. Nou een hele opluchting, ook de lever is kleiner geworden en er gloort hoop.

De operatie was geslaagd, Susje haalde opgelucht adem, nu de tweede chemo er overheen, zes weken lang.  Susje werd nu kaal, dat zat haar dwars. “Getverdemme, overal haren”, ze liet haar kinderen haar hoofd kaalplukken. De tips van de oncologie afdeling van het ziekenhuis zorgde ervoor dat we bij een leuke pruikenhandel kwamen. ” Vind je het eng vroeg ik?”, Susje antwoordde dat ze het klote vond, maar al die losse haren ook maar vies. Een hele aardige mevrouw pakte de tondeuse en schoor de laatste haren van Susjes hoofd en we maakten wat grapjes over biljartballen.

De geestelijke druk is enorm, niet in het minst om alles wat de kinderen en haar man moesten doorstaan, maar ook als ouders zo je kind te zien lijden, dat is afschuwelijk. De pruik zorgde ervoor dat Susje er weer patent uit zag Mijn ouders vonden haar met pruik lijkt het nog wel mooier als zonder, althans zo leek het. Diep in het hart zaten de zorgen, maar aan de buitenkant was er niets te zien.

De omgeving reageerde dan ook : ” Ooh echt, ben jij ziek…..nou je ziet er niets van hoor…”. Zo kreeg ik ook de vele opmerkingen “ik zag Susje, het gaat goed met haar he”. Maar het tegendeel was waar, de tweede chemo na de operatie was in volle gang. Susje en haar man waren dag in dag uit, week in week uit van chemo naar chemo aan het hobbelen en tussendoor moesten alle bloedprikmomenten afgelopen worden

Ik had mijn baan opgezegd en ging nu dichter bij het ziekenhuis werken, mijn kantoor keek uit op het ziekenhuis, een goede plek, zodat in geval van nood ik snel ter plaatse zou zijn. Daar waar ik de hele wereld over reisde, was ik nu opgesloten in een kantoor op negen hoog, in een situatie die een maand geleden nog niet bestond. Een hele vreemde gewaarwording, maar zoals Susje geen keuze had, zag ik dit ook als geen keuze.

Ze gingen ervoor en dat was niet zonder succes.

Slachtpartij en second opinion

De gyneacoloog heeft goed nieuws, de operatie was geslaagd, de chemo leek aan te slaan en de tweede kuur zorgde ervoor dat de tumormarkers, dat zijn meetgegevens uit het bloed, hoe actief de tumor is, sterk gedaald waren. Susje kon haar geluk niet op…Zou er een kans op genezing zijn? Het nieuws verspreidde zich snel,  er is een kans, de felictaties rolde binnen….als of er niets meer in de weg stond.

Het enige wat moest gebeuren, dat was de tumor op de lever aanpakken. Een leveroperatie betekende een deel van de lever weghalen en wekenlang revalideren. Het was niet mis, zo’n besluit, maar een kans. Susje wilde leven, levend blijven en de kinderen oud zien worden. Dus dit moest, het was niet eens een keuze. De operatie stond gepland over twee maanden. ” Over twee maanden pas?” vroegen Susje en haar man zich af…”Komt dat wel goed, waarom niet gelijk?”. Zo ging het altijd en het zou allemaal wel kunnen, inmiddels was er nauwe band met de oncoloog en de gyneacoloog ontstaan en wie moest je anders vertrouwen.

De operatie was een slachtpartij….een chirurg, die ook wel bekend stond als de grens op zoeken in dit soort gevallen zou Susje onderhanden nemen. Hij zou haar van rug tot borst opensnijden om vervolgens bij de lever te kunnen en het tumor deel verwijderen.
Een week voor de operatie zaten we met Susje en haar gezin nog even op ons vakantiehuis op het eiland. Het was gezellig en de spanning was van onze hoofden af te lezen. Het zou gaan gebeuren, dit moest goed gaan.

Zondagavond vertrokken we met de boot terug naar het vasteland om vervolgens ons klaar te maken voor de grote operatie.
De volgende dag zaten Susje en haar man in het ziekenhuis. Ik belde haar nog even, ze was vol goede moed “Nou tot straks he en haal nog even haring voor als ik terugkom” zei ze tegen me. De operatie zou in totaal zes uur duren.

Ik zat voor me uit te staren op mijn kantoor…over de bossen en met mijn blik op het ziekenhuis. Deze dag geen afspraken, alleen maar wat te schrijven, maar het was alsof mijn vingers weigerden het toetsenbord te bespelen. Het was te spannend, dit moest goed gaan…Om 11:00 uur werd ik gebeld door Susje haar man, “Antonius, Susje is teruggebracht van de operatiekamer, het is heel erg mis en ze zijn gestopt met opereren, kun je komen?”. Ik pakte mijn jas en vloog het kantoor uit, “godverdomme, kutzooi, hoe kan dit nu, wat is dit voor verhaal, ik was woedend” . Eenmaal in het ziekenhuis vond ik haar man in dezelfde staat ” Die klootzakken hebben gewoon twee maanden lang die tumoren door laten groeien en nu is het te laat” , zei hij, ik was rustig en beaamde dat we dat niet wisten en bleef stil en liet hem razen. Ik vond dat hij gelijk had, maar kon dat niet laten merken.

Susje werd binnen gereden, ze kwam net van de intensive care af en lag nog bij te komen, totdat ze ons zag. “He, wat doe jij hier Antonius”, ze begon te huilen, ” Jij bent hier niet voor niets”, ik stond machteloos en vertelde haar dat het niet goed was. “Nee geen open dichtje”, zei ze, “Nee wat erg, een open dichtje”, waarmee ze bedoelde de slager had haar opengesneden en geconstateerd dat het  allemaal al te ver was en haar gauw weer dichtgenaaid. Susje wist nu dat het te laat was…de slachtpartij was voor niets, revalideren moest voor niets, twee weken in het ziekenhuis voor niets….

Ik ging naar buiten en trapte de spiegel van een auto af en ging naar de kroeg. Ik belde mijn vrouw dat ik tijd nodig had voor mezelf, het was niet goed en ik was in alle staten. Hoe kan het, ze rookte nooit, ze dronk nauwelijks, terwijl ik alles deed wat niet gezond was, veel te hard werken, roken en drinken. Ik bleef hangen in de bar tot sluitingstijd, praatte wat van me af en genoot van de normale mensen om me heen. Uiteindelijk slingerde ik naar huis…

De volgende dag was ik al weer vroeg in het ziekenhuis, het werk kon me gestolen worden, mijn zwager was er nu met de kinderen en om het gezin niet te storen wachtte ik op de gang. Ik luisterde mee op afstand. Susje was positief en opgeruimd naar de kinderen toe, maar wel eerlijk, “de operatie is niet gelukt, dus nu moeten we echt alles op alles zetten, mamma is heel erg ziek”. De kinderen moesten huilen en kusten hun moeder en gingen naar school. Haar man had een blik op oneindig, we schudden elkaar de hand en spraken af elkaar later uitgebreid te spreken.

“He Antonius, fijn dat je er bent”, zei Susje, “hoe gaat met je?” vroeg ze, een gekke vraag voor iemand die zulk slecht nieuws heeft gehad, ik keerde de vraag om. ” Ik ga dood he”, zei ze. Ik gaf aan dat het niet zo goed was allemaal, maar dat kanker nauwelijks voorkwam in het koningshuis en dat de wielrenner en een topzwemmer ook hun ziekte overwonnen hadden met knokken. “Het wordt misschien tijd voor een second opinion, want die twee maanden wachten dat voelt niet goed”, zei ik. Susje vertelde dat ze hetzelfde met haar man had besproken, dus dat zouden we gaan doen. En wel zo snel mogelijk.

Uit mijn wetenschappelijke netwerk kende ik de directeur van een vooraanstaand ziekenhuis gespecialiseerd in kanker. Ik mailde hem met de vraag of hij iets kon regelen, een snelle seconde opinion en legde de situatie uit. Hij was alleraardigst en natuurlijk zou hij dat regelen en gaf de namen door van zijn beste mensen.

Susje en haar man zaten in de kamer toen de oncoloog en de gyneacoloog samen binnen kwamen lopen. De gyneacoloog gaf aan dat er geen plek meer was op de afdeling en dat zij uitbehandeld was. Nu kanker datgeen was dat behandeld moest worden, dan hoorde dat niet meer bij haar thuis. Zij zou Susje volledig overdragen aan de oncoloog. Susje vroeg de  gyneacoloog  ” Ik wil graag een second opinion”, heel begrijpelijk zei ze, ik zal de stukken overdragen aan het ziekenhuis en aan de oncoloog.

De second opinion zou de dag van het ontslag van Susje uit het ziekenhuis plaatsvinden. Ze kon nog wel niet zo goed lopen, maar er was geen tijd te verliezen. Twee dagen voor haar ontslag belde ik mijn kennis, die gaf aan dat het ziekenhuis nog niets ontvangen had, het was zondag en er was niemand. Al tierend rende ik het hele ziekenhuis door om een brief neer te leggen op het bureau van de gyneacoloog met daarin de spoed van het leveren van de gegevens. Maandagochtend werd ik gebeld dat het in orde gemaakt zou zijn.

Dinsdagochtend vouwden we Susje in de auto, alles deed haar zeer, en de  immens grote hechtingen moeten wat getrokken hebben aan haar lijf. Maar ze was gedecideerd, de second opinion moest en zou gebeuren. Haar man als coach haar motiverend dus zo ging iemand net na een zeer zware operatie op wilskracht naar een ander ziekenhuis voor een gesprek. Al puffend en steunend, stap voor stap lukte het de juiste afdeling in het grote ziekenhuis te bereiken. Susje was uitgeput.

De assistente van de oncoloog, mevrouw de Noot, ging er vandoor als een haas…..”Ik heb niets ontvangen, geen foto’s en geen dossier, dus ik kan u vandaag niet helpen”, snauwde ze. Ik voelde me verantwoordelijk en gaf mevrouw te kennen dat we gisteren de bevestiging hadden gekregen dat alles doorgestuurd was. “Nou misschien ligt het nog in de postkamer”, antwoorde de trut. Ik werd boos, ” Nou dan doet u maar even uw best mevrouw, we hebben het hier over een kankerpatiënt die net geopereerd is” , reageerde ik pissig. Mevrouw de Noot droop af en ging op zoek naar de spullen. Drie kwartier later kwam ze terug “we hebben het dossier gevonden hoor, dus u mag zo naar binnen”. Susje had het niet meer zo lang zitten op de harde bank, de weg naar het ziekenhuis en dan ook nog deze stress.

Daar zaten we dan, bij de zogenaamde oncoloog voor de second opinion. Toen Susje binnen strompelde, knikte ze met haar hoofd “Nee hoor, hier beginnen we niet aan”, zei ze, ” Dit kan niet, u moet maar accepteren dat u dood gaat….heeft u kinderen?”, Susje knikte, ” Wat erg..” antwoordde ze….Het was helemaal niet erg dat Susje kinderen had, dat was haar lust en haar leven, wat was hier toch aan de hand. ” Ik heb hier een brief van de artsen uit het andere ziekenhuis”. ” Maar heeft u ook de foto’s”, vroeg haar man. De arts schudde haar hoofd, ” Nee die heb ik niet gezien, maar u kunt toch zelf ook zien dat dit niet gaat, ik ga geen experiment uitvoeren op u, goedemiddag”.

We renden het ziekenhuis uit, dit was geen arts, maar een robot die mensen vernietigde, niet lichamelijk dan dat deed de kanker wel, maar geestelijk was alle wilskracht even teruggebracht tot een nulpunt. Ik zinde op wraak, mevouw Noot moest in de goot…ik was boos, teleurgesteld, maar Susje kon niet anders zeggen dan “belachelijk”. We moesten terug naar die aardige oncoloog….de gyneacoloog had gefaald en liet zich niet meer horen en zien. De second opinion, was een totaal verkeerde inschatting zo zou blijken.

 

 

 

 

 

 

 

Twee weken later werd Susje uit het ziekenhuis ontslagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plannen maken

Susje is thuis en ze genoot van de eerste zonnestralen van de lente.  Het ziekenhuis had inmiddels een port-a-cad geïnstalleerd, noem het maar een chemo plug in, zodat er niet steeds geprikt hoeft te worden.  De permanente toevloei van chemokuren die na de slachtpartij haar in leven hield zorgde ervoor dat er bijna geen ader meer in haar lijf te vinden was om de chemokuren toe te dienen.  Het was de enige manier om te overleven.

De toespraak van de koningin was helemaal verkeerd gevallen bij Susje, dat korte berichtjes en oppervlakkigheid de toon zetten of iets van die aard. Dat was onacceptabel, dus schreven we samen een brief aan de koningin, waarin we haar graag er op attendeerden dat mensen in de situatie als Susje leefden van al die kleine steunbetuigingen. Juist die rede was aanleiding om te komen tot uitvoering van een plan waar ik al een tijdje op broedde.

“Susje, jij kunt toch alle medicijnen die je maar wilt bestellen om de pijn te verzachten?”, vroeg ik haar.  Ze antwoordde dat ze dat niet wilde liever pijn  en contact met de kinderen, dan stoned. “Maar stel als we wel al die pijnbestrijders bestellen dan kan ik die toch verpatsen?”, Susje begon te lachen. Ik ging verder met mijn relaas….”Volgens mij komt ongeneeslijke kanker bijna niet voor in de koninklijke familie, dus ik wil daar op onderzoek uit hoe dat kan. Wat eten ze daar, wat drinken ze daar, wat doen ze daar, maar het zal vast duur zijn”. Susje begon te glimmen, ze had toch niets te verliezen, dus samen zaten we een week lang te fantaseren over hoe we aan de ene kant het geld bij elkaar verzamelden en aan de andere kant de kunst van het leven zouden afkijken in het koningshuis.

Susje begon gelijk te bellen met de oncoloog, “Ik hoorde dat je van medicinale wiet een stuk minder pijn krijgt en nu dacht ik, kan ik niet bijvoorbeeld 10 x per dag een dosis nemen om mij beter te voelen?”, de oncoloog reageerde direct en vond het een goed idee. Susje ging verder “Maar misschien dat ik er wat licht in mijn hoofd van wordt, dus is het dan ook niet verstandig om een pilletje te hebben om weer helder te worden”, de oncoloog vertelde dat hij wel een goed middeltje had dat de duffigheid zou wegnemen. Susje tartte de oncoloog met nog een vraag namelijk of ze voor drie weken kon krijgen, zodat ze niet eerdere keer hoefde te bellen en als het nodig was kon uitproberen wat de beste verhouding was.

De zon scheen en Susje zat alleen maar te grinniken, ” jij bent echt stout”, zei ze, ik zat alleen maar te lachen en was blij dat we zoveel lol hadden. Daar kwam de bezorgdienst van de apotheek met 210 doses wiet en 84 sterke peppillen, gratis van de zorgverzekeraar en met een marktwaarde van € 2.500,-, althans dat stond op de rekening, die je niet hoeft te betalen.  Susje  had nooit gerookt, nooit gedronken, was altijd braaf geweest en nu speelden we drugsdealers. We vonden het een geweldige grap.

We stapten in de auto voor een lekkere sterren koffie, de glimlach was niet van onze gezichten af te poetsen. Eenmaal in het koffiehuis begonnen we  onder  de naam TIC wat stond voor Thanx Insurance Company  via marktplaatsen te verkopen. Schaterlachend en grinnekend vonden we onze weg op internet om de wiet en de peppillen aan te bieden.  We waren in een creatieve bui en al snel prijkten er advertenties “Medicinale wiet, beter krijg je niet” en met  “Geen tijd om te slapen, geen tijd om te gapen” en binnen 1,5 uur verkochten we de peppillen en de wiet. Niet in het koffiehuis, maar we namen de stoptrein van Amsterdam naar Rotterdam en vroegen de afhalers naar de coupe met de wc te komen.  “Medicinale wiet, beter krijg je niet….kom naar de coupe met de wc…in de trein van half 2″

Ik bracht Susje weer thuis, haar man en de kinderen waren erg ongerust….”Konden jullie niet even bellen?”, vroegen ze, maar toen ze de grote glimlachen op ons gezicht zagen vroegen ze niets en begonnen spontaan mee te lachen. Het was al weer lang geleden dat ze Susje zo hadden zien lachen.

Toeval of niet maar diezelfde avond stond er in Forbes het onthutsende bericht dat het uitvinden en het brengen 1 nieuwe medicijn gemiddeld 1,3 miljard dollar kost. Ik vertelde mijn vrouw het verhaal die het geweldig vond dat Susje zo’n leuke dag had gehad, verder liet ze zich niet uit over of het goed of niet goed was wat we hadden verzonnen. Ik ging naar mijn werkkamer en begon te graven tussen de stapels onderzoeken en contacten die ik had verzameld van de medicijnenindustrie, ik zocht de fabrikant van medicinale wiet. Ik stuurde de volgende brief:

” LS

Mijn naam is professor Antonius van der Velde en ik ben verbonden aan de Universiteit van groot Belang. Mijn specialisme is Common Sense  en kwam vandaag tot de ontdekking dat er 1,3 miljard dollar nodig is voor de ontwikkeling van 1 medicijn. Nu heeft Nederland een groot specialisme en dat is Nederwiet. Ik heb uw hulp nodig om een onderzoek te starten naar de toepassing van Nederwiet als medicijn. Het schijnt verzachtende werkingen te hebben bij de verschrikkelijke ziekte kanker, maar ook in andere gevallen wordt het toegepast, die ons nog niet bekend zijn.

Dit is ons niet bekend door de zweem van illegaliteit die hier om heen hangt, maar er moeten praktijken zijn die u niet bekend zijn en van grote betekenis kunnen zijn voor de internationale handel van uw medicijn. Dit wil ik graag onderzoeken.

Graag verzoek ik u dit onderzoek te steunen door middel van het beschikbaar stellen van 7000 doses medicinale wiet en 5.000 euro voor de algemene kosten. Het onderzoek zal buiten de radar van de media en overheid plaatsvinden, vanwege de gevoeligheid ten aanzien van het fenomeen Nederwiet en de gedoogsituatie.

Vanwege de kleinschaligheid van dit onderzoek en de zeer kleine investering voor u, verzoek ik u vriendelijk maar dringend – zo spoedig mogelijk – te reageren. U ontvangt dan over 3 maanden de tussentijdse onderzoeksresultaten.

Hoogachtend,

Prof. dr. Antonius van der Velde

 

P.S. vanwege de wettelijk toegestane hoeveelheid Nederwiet die ik mijn bezit mag hebben verzoek ik u dit in porties van 350 doses per drie dagen toe te sturen. “

Nieuws

Het is inmiddels twee weken geleden dat we onze TICTIC actie hebben gedaan. Susje is moe van de chemo en probeert van iedere dag te genieten. Susje belde de oncoloog met de mededeling dat zij zeer tevreden is met de werking van de medicinale wiet en peppil combinatie. Susje klaagde niet, maar iedere dag ging ze een stapje achteruit, niet zeuren, anders zou het niet gezellig voor de kinderen zijn is haar credo. Iedere dag belde ik haar nu trouw in de ochtend en we bedenken een manier om er achter te komen wat de koninklijke familie weet en eet over kanker.

Ik heb nog haar niet verteld van de brief, tenslotte het blijft altijd maar een gok of je als geleerde de ruimte zou krijgen om dit radicale onderzoek te mogen doen. Maar plotseling ging de telefoon. “Goedendag u spreekt met Johan Sparrevoet van Eco Pharmaceutical Industries, spreek ik met Antonius van der Velde”, klonk het aan de andere kant van de lijn. Ik reageerde enthousiast waarna Johan zijn relaas vervolgde. “Wij hebben uw voorstel besproken in onze directie en we willen graag met u in zee gaan. Maar gezien de gevoeligheid willen we dat u hierover niet publiceert. Na uw onderzoek, krijgen wij dat en u kunt er geen rechten aan ontlenen.”  Ik speelde het spel mee, “In het belang van de medicinale waarde van Nederwiet ben ik graag bereid mee te werken, ik wil dan wel graag nogmaals met u de condities van het onderzoek doornemen”.  Johan gaat hiermee accoord en we spreken de volgende dag al af bij Pharmaceutical.

Na dit goede nieuws, sprong ik in de auto om Susje te vertellen dat ik een manier heb gevonden om nog meer wiet in handen te krijgen en nog beter de producent van de wiet wil “stiekum” onderzoek doen maar niet in opspraak wil raken.  Maar er dus groot belang bij had dat dit onderzoek zou plaatsvinden. Tenslotte is er onder het gedoogbeleid een hele grote gebruikersschare, die nog nooit de reden heeft verteld waarom ze wiet gebruiken en wat het effect is. Susje gaf een hi five en ik zag een grote glimlach op haar gezicht.

De volgende morgen moest ik al vroeg uit de veren, het was nog voor zonsopgang en twee uur rijden naar het in de bossen gelegen terrein van Eco Pharmaceutical Industries. Na drie poorten door te zijn gegaan en de auto van binnen en van buiten was gecheckt stond ik bij de hoofdingang. De steriele omgeving van alle laboratoria was bijna alsof je een andere planeet had bezocht. Johan kwam naar beneden. Een slanke, gespierde man met blonde lokken en blauwe ogen, die het vast goed zou doen bij de vrouwen.

Ik stelde me voor en vroeg of hij veel aan sport deed. Hij antwoordde, dat hij sinds hij bij Eco Pharmaceutical Industries werkte hij zijn uiterlijk met de producten van zijn bedrijf kon regelen. Daarbij schepte hij op dat hij genoeg had 8 x 20 minuten slaap per 24 uur en daarmee stond voor een nieuwe tijd die komen zou gaan. “Over uw plan” , begon Johan, “wij denken dat het zo simpel en slim is, dat wij de investering graag doen”. Ik bevestigde dat we dit onderzoek graag gingen doen en dat zolang we binnen de gedooghoeveelheid werkten er eigenlijk geen haan naar zou kraaien. Daarbij zouden we in de treinen onderzoek doen, door met een wietlucht herkenner de mensen aan te spreken en in ruil voor een paar onderzoeksvragen een dosis medicinale wiet zouden geven. Dat was natuurlijk niet waar, we gingen dit gewoon verkopen, maar juist omdat zij stiekum dit onderzoek wilde doen, voelde ik me ook niet verplicht om hier iets over te zeggen. Nadat ik de geldelijke bijdrage nog iets wist op te schroeven tot 8.500 euro, liep ik met de eerste 350 doses medicinale wiet de deur uit. Die nu gedurende 12 weken iedere 2 dagen thuisbezorgd zouden worden. Ik belde Susje uit de auto met dit goede nieuws.

 

Onderzoek

Ik kon niet meer slapen, want wat begon als een anarchistische actie tegen de verzekeringsmaatschappijen die nodeloos massa’s medicijnen uitleveren, had ik vandaag in een klap een voorraad wiet gekregen die goed was voor een substantieel bedrag. Daarbij werd ik in staat gesteld om ook nog eens onderzoek te doen. Een staaltje van drie vliegen in een klap.

Gezien het geheime karakter van het onderzoek was bekendmaking uit den boze, dat kwam perfect uit. Maar tegelijkertijd moest ik iedere 2 dagen de doses zien te slijten om binnen de gedoog hoeveelheid te blijven.

Het onderzoek werd als volgt opgezet, ik had van Eco Pharmaceuticals een WeedSniffer geleend, dat is zo’n apparaatje dat kan ruiken of iemand wiet heeft gerookt. Dit apparaat kon in een kleine ruimte, zoals een treincoupe,  exact bepalen wie er wiet gebruikte en wie niet. Als er dan iemand gelokaliseerd werd in een treincoupe, dan ging ik er naast zitten en begon dan een praatje om vervolgens bekend te maken dat ik onderzoek deed en dat in ruil voor de deelname deze mensen zuivere medicinale wiet konden kopen voor 50% van de normale prijs.

Ik koos ervoor om steeds vanaf Amsterdam een trein te nemen naar een plek in Nederland en weer terug. Door dit te doen in de dal uren kon ik gemakkelijk naast de mensen gaan zitten en een praatje maken. En zo het plan uitvoeren.  Ik rekende uit dat ik om de dag een treinreis van 4 uur moest maken en ieder kwartier zo’n 25 doses moest zien te verkopen. Voor het onderzoek schreef ik dan ook op dat ik voor de 7.000 doses ongeveer 200 respondenten zou vinden, waarvan ik leeftijd, beroep en reden van gebruik centraal stelde.

Het was spannend of dit zou gaan lukken.

Ik ging langs Susje, voordat ik de eerste treinreis zou maken. Ik vertelde dat ik om de dag druk zou zijn met het onderzoek, maar dat er voldoende tijd was om haar bij te staan als het nodig was. Susje reageerde moe maar enthousiast dat alles zo goed verliep, de deal met Eco Pharmaceuticals vond ze ontzettend grappig. ” Ik weet niet of ik het allemaal wel red, maar dag voor dag hoor”, zei ze. Ik vertelde haar dat ze niets hoefde te doen een misvatting, dat ze nog keihard aan het werk zou moeten. Het enige waarmee ze kon helpen was de bestellingen in stand houden. Het was pijnbestrijding, dus per saldo gokten we er op dat er geen arts naar kraaien als er geen wietsporen in haar bloed zouden zitten.

Susje gaf aan dat het niet goed met haar ging, de vele chemokuren en onderzoeken maakten haar moe. Ze bleef vechten voor de kinderen, maar er kwamen steeds meer pijntjes bij.

Samen gingen we aan tafel zitten, “het komt nu in een versnelling” zei ik tegen Susje, “nog 12 weken en als het dan net zo goed gaat als de vorige keer dan hebben we zeker 100 duizend euro bij elkaar”.  Ik rekende uit dat de 7.000 doses plus haar doses wiet en peppillen toch wel zoiets moesten opbrengen. We zaten weer te glimlachen, Susje grapte over haar ziekte, de idioterie van al die pillen en medicijnen en de gekkigheid dat niemand eigenlijk weet hoe kanker te genezen.

Amsterdam Centraal blijft prachtig, ik liep naar binnen en zette de Weedsniffer aan. Een schoolklasje waarbij de juf wiet gebruikt, ik moest lachen. Een dure bankdirecteur, “die reist vast eerste klasse” dacht ik,  ik volgde de bankdirecteur, tenslotte, als hij de doses wiet wilde kopen, kon ik de rest van de interviews wel in een koffieshop afnemen. De ogenschijnlijke bankdirecteur ging naar Enschede en stapte inderdaad in de eerste klasse. De coupe was helemaal leeg, dus het aanspreken was gemakkelijk.

“Goedemiddag, mag ik u iets vragen”, vroeg ik de bankdirecteur. Hij keek niet vriendelijk, maar toen ik uitlegde dat ik onderzoek deed naar het wietgebruik en hem de resultaten van de Weedsniffer liet zien werd hij toeschietelijker. “Ik hoef niet te weten hoe lang u gebruikt, ik hoef niet te weten wie u bent, ik wil alleen uw beroep weten, uw leeftijd en wat het gebruik u oplevert?”, zei ik. De man antwoordde dat hij bankdirecteur was. Ik lachtte diep van binnen, hij vertelde dat hij in zijn studententijd wiet gebruikte om te ontspannen en dit gewoon is blijven doen en ook nu hij 54 is, dit nog steeds een heerlijke manier vindt, beter dan alcohol, zoals de rest van zijn collega’s.  Ik bood hem de medicinale wiet aan, “tegen 50% van de marktwaarde, maximaal 350 doses” zei ik, de bankdirecteur hoefde niet na te denken en nam 50 doses af. Het ging weer net zo snel als de vorige keer, een prof voetballer, een bejaarde oma, twee scholieren en een oude zwerver waarvan je het zou verwachten dat deze wiet zou gebruiken, maar nooit gedacht dat hij 1.000 cash bij zich zou hebben. De zwerver glimlachte “ik heb geen kaartje hoor, als je dat zou willen weten”, ik proestte het uit van het lachen.

Ik belde Susje hoe het was gegaan en maakte ’s avonds de lijsten af van de mensen die ik had gesproken. De redenen waren soms tegen de pijn, maar meestal ontspanning of spanning omdat het niet mocht, voor goede sex, zoals die prachtige blondine wist te vertellen en wel heel ver wilde gaan om niet te hoeven betalen. Om de dag kwam nu de koerier met een pakje van Eco Pharmaceutical en ik reisde van Amsterdam naar alle uithoeken en weer terug, alle beroepsgroepen kwamen voorbij en het geld stroomde binnen.

Susje belde “Antonius, mijn armen worden blauw, weet dat ik nu naar het ziekenhuis ga, kun jij de kinderen weer opvangen?”, ik antwoordde dat ik dat zou doen en belde mijn ouders met het nieuws. Ik besefte mij dat de plannenmakerij niets opleverden zolang Susje nog steeds achteruit zou gaan en alleen geld, inmiddels 55 duizend euro was niets waard. De koninklijke eet en leefpatronen moesten gevonden worden.

De chemokuren waren slechts een uitstel van executie en geschrokken van de blauwe armen en nam ik het mijzelf kwalijk dat ik nog niet verder gekomen was met het zorgen voor koninklijke eet -en leefpatronen. Dit moest de sleutel zijn tot genezing. Terwijl de chemokuren het lichaam stap voor stap afbraken en ik de kinderen opving, bleef er maar in mijn hoofd rondzingen, doe iets, geen tijd, doe iets, geen tijd.  Susje belde ” Ik moet in het ziekenhuis blijven, ik hem trombose van mijn linkborst tot in mijn armen”, ik wist niet meer wat ik moest zeggen, ik bleef stil en antwoordde haar met een brok in mijn keel dat ik echt heel hard mijn best deed en dat ze moest volhouden. Susje huilde aan de andere kant van de lijn en maar stelde me gerust dat het niet aan mij lag dat ze ziek was. In mijn hart huilde ik mee en ik sprak af de volgende ochtend naar het ziekenhuis toe te komen.

Kantje boord

Ik ontmoet Susje al vroeg, ik kon niet slapen en ben nog voor het ontbijt haar kamer in geslopen. Ze sliep nog, maar schiet wakker toen ik een glaasje water pakte. Susje riep ” he inbreker, jij bent vroeg?” en liet een grote glimlach zien, die snel verging in een zeer verdrietige blik.  Het ziekenhuis had nog geen uitsluitsel waardoor de trombose nu ineens ineen van rechterborst tot arm zit. Ooit was de trombose de eerste kennismaking met kanker, nu is het letterlijk dodelijk en gevaarlijk. Deze reuze bloedprop die met de medicijnen moet oplossen, maar geen medicijn dat werkt. Er hoeft maar 1 bloedprop door te schieten en het is voorbij.

Vandaag wilde ik niet van Susje haar zijde wijken, eindelijk voeren we het gesprek over het leven en de dood. “Ik wil nog niet dat het voorbij is”, zegt Susje, ze vervolgt, ” maar de artsen geven aan dat ik niet meer gereanimeerd wordt als ik ineens een hartstilstand krijg.” Ik vroeg haar of ze alles geregeld heeft met haar man en ze knikte bevestigend, snel schakelde weer over op de orde van de dag en vroeg hoe het ging met het onderzoek. Ik vond het al knap dat ze de vraag stelde, maar ik zag aan haar ogen dat ze hier niet mee bezig was.

“Ik ga slapen, ga maar weer op onderzoek uit, dan ben je lekker buiten. Pik ook een paar zonnestralen voor mij op” zei Susje en ze stuurde me haar kamer uit. Terwijl ik het ziekenhuis uitliep liep ik langs een kamer waar de foto van de Koningin op prijkte, ik bleef hier even bij staan en ineens had ik een ingeving. Ik moest naar Den Haag, naar Paleis Den Bosch eens kijken wie er allemaal daar naar binnen gaat die wiet gebruikt….

Ik bedacht me geen moment en stapte op de trein naar Den Haag, onderweg deed ik nog wat onderzoek en kwam op Den Haag Centraal aan. Ik volgde de wegwijzerbordjes waar een ooivaar op stond dwars door het Haagse Bos. De zon scheen mooi en ik ving de beloofde zonnestralen voor Susje op terwijl ik over de mooie paden en langs de vijvers van het bos liep. Ineens kwam ik bij een klinkerpad en daar was het dan aan de rechterhand Paleis Noordeinde. Ik was hier nog nooit geweest, wat was dit mooi en in de wetenschap dat hier een oplossing zou kunnen liggen voor genezing ging ik op een van de bankjes voor de ingang zitten. De Weedsniffer had ik op mijn tas liggen en iedere voorbijganger werd zorgvuldig gesniffed, zonder enig resultaat.

Ik belde Susje met mijn mobiel. Een vriendin van Susje ontdekte dezelfde dag nog op internet dat de bloedprop ontstaan kan zijn door de Port-a-Cad, dat apparaatje om zonder prikken de chemozakken toe te voegen. De artsen bevestigen deze ontdekking en planden voor de volgende dag een operatie in. Deze operatie was echter niet zonder gevaar, want bij het verwijderen van deze Port-a-Cad is er een redelijke kans dat een bloedprop losschiet. Ik wilde naar Susje toe, maar ze gaf aan tijd met haar man te willen. Ik adviseerde haar om de volgende ochtend voor de operatie afscheid te nemen van de hele familie, de operatie zou kantje boord zijn en het moest maar gebeuren. ” Stel dat het mis zou gaan, dan heb je in elk geval deze kans niet laten lopen”, zij stemde in.

Ik vertrok uit Den Haag en had geen zin om nog verder onderzoek te doen en zat een beetje te soezen in de trein van Den Haag terug naar Amsterdam. De zon scheen in mijn gezicht en ik luisterde naar de stemmen van de mensen om me heen. Ik zag twee net geklede heren die een gesprek voerden over het Hare Majesteit….interessant…ik ging op de stoel aan de overkant zitten zodat ik wat beter kon horen wat ze tegen elkaar zeiden.

De ene man zei “Hare Majesteit wil twee keer per week broccoli, vind je dat niet gek”. Nou zei de andere man “Ik begreep dat bij de laatste Tedx conferentie op het Binnenhof een of andere Baan wilde claimen dat brocolli bewezen effectief is ter voorkoming van kanker, maar dat het verboden was om hier publicitaire aandacht voor de vragen”.  De andere man beaamde het verhaal en zei dat er inderdaad een lijst was van ingrediënten en hoeveelheden was, die het koninklijk voedingspatroon bepaalden, “het zal daar wel mee te maken hebben” zei hij, zijn antwoord op de brocolli vraag ingevuld.

Ik pakte mijn Weedsniffer, maar helaas geen resultaat. De mannen stapte uit in Voorschoten, een forensendorpje vlak bij Wassenaar. Ze liepen verder te voet, waarna ze afscheid namen en ze beiden hun weg vervolgden. De man die het had over de lijst, was niet zo snel en daarmee makkelijk te volgen. Hij wist dus van een lijst af en dus nu moest ik een manier zien te vinden om contact met hem te leggen. Ik volgde hem naar zijn huis, een rijtjes woning aan de Thorbeckelaan 144, nadat hij naar binnen was gegaan, sloop ik langzij om het naambordje te fotograferen met mijn mobiele telefoon. “He, wat moet dat daar”, klonk er van de straat…ik blufde dat ik een nieuw naambordje wilde laten maken en daar een foto van nodig had…gelukkig werd ik niet opgemerkt. Ik spoedde mij terug naar het station en ging naar Amsterdam om Susje nog even te zien.

In het ziekenhuis was het druk, iedereen die lucht gekregen had van de spannende operatie kwam nog even uithuilen, logisch, Susje was sterk en vond het fijn iedereen te zien. We spraken af dat de volgende morgen ik haar man en de kinderen zou bijstaan bij het afscheid voor de operatie die 50% 50% kon aflopen.

De sfeer is bedompt, Susje was samen met haar man en de kinderen, die afscheid nemen. De kinderen zijn moedig en worden na een stevige huilpartij met hun moeder naar school gebracht. De afspraak is dat tijdens de operatie we in een cafe om de hoek gaan wachten tot er bericht is van het ziekenhuis.  Ik blijf bij Susje en zij bijt mij toe “Ik ben er nog niet klaar voor, het is nog niet voorbij”, ik geef haar te kennen dat als het haar tijd nog niet is, we haar zo gewoon weer zien. Het is niet genoeg voor haar, maar ze weet dat er geen keuze is en laat zich onder narcose brengen.

Ik zit in het cafe als haar man aan tafel komt zitten. Hij weet het niet zo goed meer, logisch ook, ” Als ze ineens dood neervalt, dan weet je tenminste waar je aan toe bent” , ik knikte en antwoordde dat je dan ook niet meer de tijd had om naar het einde toe te groeien.  Het kwam nu wel heel erg dichtbij, de tijd staat stil, de minuten lijken uren en de dag wel een maand, maar na 5 uur komt het verlossende telefoontje de operatie is geslaagd en Susje ligt bij te komen. Opgelucht rekenen we af en wachtten Susje op in het ziekenhuis, terwijl we iedereen op de hoogte stellen.

Brocolli

De nacht verliep moeizaam, onze dochter was om de paar uur wakker en voelde de spanning mee die ik steeds naar huis meenam.  Mijn inmiddels weer zwangere vrouw van onze tweede sliep ook een gat in de nacht. Dus er was genoeg tijd om plannetjes uit te denken. Ik zette alles op een rijtje, de verkoop van de wiet in de trein, mijn stomme denken alleen maar met geld bezig te zijn. Het kantje boord van Susje en de poging bij het paleis met het geluk dat ik tegen die  twee mannen uit Voorschoten aanliep.

Ik was zo ontzettend blij dat er nog een kans was om het te proberen. Ik moest de Brocolli man vinden, ik wist waar hij woonde nu nog een manier om hem te volgen. Ik pakte mijn telefoon en bekeek de foto van het naambordje Lodewijk en Pierre de Koning prijkte er op het bordje….ik proestte het uit van het lachen. Dus ik moest terug naar die straat in Voorschoten en iets verzinnen, het gedrag van de mannen in de trein was in elk geval zo, dat ik er niet anders uit op kon maken dat ze vaker samen in de trein zaten.

Nadat ik wat uren slaap had ingehaald, stapte ik in mijn auto richting Voorschoten. Het was ongeveer drie kwartier rijden en ik parkeerde de auto in de straat op een onopvallende plek met zicht op de woning. Ik was twee uur eerder dan de tijd die ik eergisteren en stond stijf van de spanning. Niet gemakkelijk om zo ongemerkt te blijven, maar gelukkig was het een rustige straat. Als er dan een voorbijganger kwam, dan lachte ik vriendelijk en als iemand wat wilde weten, dan vertelde ik dat ik wachtte op vrienden maar dat die nog niet thuis waren. “Weet u wel die twee mannen van de Koning, dat zijn twee hele warme vrienden van me, als u snapt wat ik bedoel”, nou dan schrokken de mensen zo dat ze gelijk verdwenen waren.

Ondertussen was het al donker aan het worden en zag in de verte een man aan komen lopen. Ik pakte mijn verrekijker, het was de man van gisteren. Zonder erbij na te denken, start ik de motor van de auto en rij op hem af en ik doe mijn raam open. “Mag ik u wat vragen, weet u misschien een de dichtsbijzijnde groenteman of supermarkt, ik heb namelijk brocolli nodig?” , de man reageert vriendelijk en vertelt dat er geen groenteman meer open is in de buurt en de supermarkt alleen maar slechte kwaliteit verkoopt. ” Oh wat jammer, ik had juist zo’n geweldig recept in gedachte”, zei ik. De man reageerde als een vakidioot en vroeg mij wat ik van plan was te gaan maken. Men enige bluf vertelde ik dat ik een serie van broccoli recepten aan het schrijven was, omdat dit goed zou zijn tegen kanker. Tenslotte dat was wat ik gisteren had opgevangen in de trein.

De man reageerde enthousiast, “Toevallig had ik het hier eergisteren met iemand anders over. Ik ben wel benieuwd naar uw recepten?”.  Ik reageerde dat ik ze nu niet bij me had. ” Maar vanwaar deze interesse, ik kom niet vaak mensen tegen die zo reageren op mijn brocolli serie?” De man vertelde dat hij zeker wist dat Brocolli een stof bevat ter voorkoming van kanker, maar dat de medicinale wereld niet wil dat hier over gepubliceerd wordt. Daarbij vertelde hij het verhaal dat zijn beroepsmatige interesse voor gezond eten heel groot was, zonder hier op in te gaan stelde ik hem voor eens een kop koffie te drinken. Hij ging op de uitnodiging in en we spraken voor de volgende dag af bij de koffietent waar Susje en ik een aantal maanden geleden de eerste medicinale wiet en peppillen actie opgezet hadden.

Ik gaf hem mijn kaartje, hij moest lachen bij de naam. “Professor in de Common Sense, heb je dat nu ook al?”, vroeg hij. Ik vertelde dat juist deze aandacht ook de interesse in Brocolli had gevoed. “Het is toch geen gezond verstand als we medicijnen maken, maar er geen mensen mee genezen en vice versa, als we mensen kunnen genezen, maar dat niet doen omdat we er geen medijnen van maken”, zei ik vriendelijk. Hij begreep het antwoord niet helemaal. Toen ik wilde wegrijden, vroeg hij me nog even te wachten en rende zijn huis naar binnen. Twee minuten later stond hij weer buiten met een papieren zak met daarin twee stronken brocolli. Op de zak zijn mobiele nummer en naam Pierre de Koning. “Ik heb geen kaartje, maar wel broccoli”, glimlachte hij. Ik kon hem wel zoenen, niet voor de brocolli, maar voor de afspraak de volgende dag.

Ik reed terug naar Amsterdam en belde Susje uit de auto en vroeg of ik nog even langs mocht komen in het ziekenhuis. Ik wilde het verhaal haar persoonlijk vertellen. Eenmaal in het ziekenhuis besefte ik dat ik met lege handen stond, er was nog geen oplossing behalve dan dat in het koninklijk huis twee keer per week dit op het menu stond. Susje glimlachte, “En waar haal jij die wijsheid vandaan?”, ik reageerde dat ze maar niet verder moest vragen, maar dat het onderzoek liep en dat ik hopelijk komende weken meer over dieten te weten zou komen. “Trouwens, heb jij nog ergens kookboeken met Brocolli recepten?”, ik heb er een serie nodig. Susje pakte haar telefoon en belde een vriendin die toevallig een zeer culinair restaurant heeft in Delft.  Heel indringend vroeg ze aan haar of ze de kok een uurtje vrij kon maken om Brocolli recepten te delen. Puur vertrouwelijk, maar haar leven hing er vanaf zei ze. De vriendin stemde natuurlijk in, waar was je anders vriendin voor, ze was blij dat ze iets kon doen.

De volgende ochtend moest ik me om 9:00 uur melden bij het restaurant De groene Jan in Delft, prachtige plek en ik had hier al een keer eerder heerlijk gegeten. De kok nam me mee naar de keuken en begon te vertellen. “Brocolli heeft een bijzondere en eigen smaak en het is een oude bloem groente net als de Artisjok en bestaat al sinds de jaren 1500. Pas na 1920 brak de groente door in Amerika en nu kent iedereen het. De superkok vertelde in een uur zoveel over Brocolli, dat ik nog zeker drie uren daarna aan het schrijven ben geweest en 16 mooie foto’s pikte van het internet van Brocolli door topfotografen.  “Brokken of Broccoli” noemde ik het boekje. Het zag er mooi uit. Ik had alleen maar een inhoudsopgave van het onderzoek naar de effecten van Broccoli en kanker en daarachter de 15 recepten die ik zojuist had gehoord en liet dit op prachtig duur papier in kleur uitprinten.

Pierre zat al te wachten op me en reageerde enthousiast om me weer te zien. Ik legde het boekje op tafel. “Het is slechts een proefdrukje hoor, dus let niet op de spelfouten en het onderzoek moet er nog ingeplakt worden, maar dan zie je wat we aan het onderzoeken zijn”. Het boekje voelde prettig aan en Pierre bladerde door de recepten. “Hebben jullie die foto’s gemaakt?”, Piere was duidelijk onder de indruk van de foto’s en las de recepten. Hij vond het zeer interessante combinaties, ik vertelde van de samenwerking met een restaurant in de buurt, “verbluffend lekker” schepte ik op, alsof ik hier al jaren kwam.

Pierre vertelde dat hij zijn vader had verloren aan kanker, opvallend want sinds Susje kanker had leek het wel alsof iedereen wel mensen met kanker kenden. Idioot eigenlijk dat de ziekte zo in de taboe hangt,heb je er niets mee te maken, dan hoorde je er niets over en nu alleen maar. Ik bood Pierre wat sterkers aan en hij bestelde een Grand Marnier bij zijn koffie, ik was met de auto, maar nam er ook 1.
Het was goed sterk spul en Pierre praatte honderduit over zijn vader en over de ziekte en over zijn passie eten. Na de derde Grand Marnier  vroeg Pierre ineens, “sorry dat ik zoveel praat, maar wat heb jij met kanker?”. Ik vertelde van Susje en de zoektocht naar genezing. Ik vertelde niets over de medicinale wiet, maar wel dat ik geloofde in genezing door gezond eten. Pierre begon op te scheppen, “dit is mijn beroep, hier weet ik alles van?” , ik plaagde hem wat terug, “Waarom sta je dan niet in de krant, opschepper?”.  Ik dronk rustig, maar Pierre zat inmiddels aan de 6e Grand Marnier en kwam in de status van straalbezopenheid.

Net als in oude jaren onder de VOC verleidde ik Pierre tot het doen van uitspraken. Als professor was ik goed in het winnen van vertrouwen en Pierre lichtte zijn doopceel. Over zijn man, de relatieproblemen, de escapades die hij had in homobars en de twee geheime kinderen die hij had bij vreemde vrouwen en die regelmatig zag. Juist omdat hij homo was voelden vrouwen zich vrij om wat van zijn zaad te vragen en zo kon jij de kinderwens die hij wel had en zijn man niet toch invullen. Ik bracht Pierre thuis, gaf hem een bemoedigende tik op zijn schouder toen ik hem voor de deur afzette. Pierre wist niet wat hem boven zijn hoofd hing, maar ik had er alles voor over om de Koninklijke lijst van eten en drinken te bemachtigen.

Achilleshiel

Het ging goed met Susje, althans ze was blij dat alles zo goed was verlopen en  haar voornemen om nooit meer een ziekenhuis in te gaan werd stevig gestand gedaan. Welke ingreep dan ook werd afgedaan als een futiliteit, waar menig gezond mens drie dagen ziek voor in zijn bed zou blijven liggen. Als artsen tegen Susje zeiden, ” Wie is er om jou op te halen”, dan reageerde schouderophalend “Niemand” en stapte ze op de fiets. Hoe zieker Susje werd hoe meer ik van mijn eigen anarchistische trekken herkende en genoot van haar moed, kracht, burgerlijke ongehoorzaamheid en boven menselijkheid. Wat een ziekte wel niet met een mens kon doen.

Ik was nog steeds onder de indruk van het verhaal van Pierre, maar ik besefte mij ook dat ik een manier moest vinden om de koninklijke geheimen te krijgen die hij wist.  De pakketjes van Eco Pharmaceutical gooide ik in de kast en was geobsedeerd om te komen tot een goed plan. Als ik met hem zou aanpappen, dan was ik uitgerekend van vriendschap tot innige geheimen delen ongeveer 9 maanden bezig, had ik onderzocht. Alternatief was hem nog een aantal keren dronken voeren, maar dan zou hij moeten willen afspreken. Ik schatte die kans heel laag in, tenslotte vond hij het blijkbaar prettig om zijn geheimen van zich af te praten, dat doe je niet zomaar en de kans op herhaling is laag. Dus besloot ik hem te gaan chanteren, het was een laatste redmiddel, ik moest iets doen. Het delen van koninklijke geheimen is natuurlijk strafbaar, maar onder druk, dan zou dit moeten lukken.

Het is dan ook dat deze opsomming me deed besluiten om Pierre permanent te gaan schaduwen. Ik volgde hem gedurende een aantal weken in al zijn bewegingen. Het was mooi om te zien hoe hij zijn homo-huwelijk combineerde met twee gezinnen, waar hij duidelijk als een pappa op afstand fungeerde, maar de liefde als vader duidelijk van zijn gezicht was af te lezen. De omhelsingen, de warmte en het treurige vertrek. Ik legde alles vast op de foto en ging nog verder door naambordjes en scholen te fotograferen van zijn heimelijke kinderen. Ook opvallend was dat hij ook nog intieme relaties met de moeders erop na hield, waarbij de echte waarheid van zijn homo-huwelijk mogelijk ook nog een achilleshiel was.

Pierre zijn ingewikkelde leven en de kracht van het combineren van al die dubbelingen maakte hem een hele interessante man. Als professor mijmerde ik over toekomstige onderzoeksvoorstellen die zouden moeten gaan over de waarheid van het huwelijk en wanneer je gek zou worden van jezelf. Het was bijzonder hoe deze man dit aankon, ik verwachtte dus ook dat het loskrijgen van informatie niet ingewikkeld zou worden.

Het ging goed met Susje ze was opgeruimd en verwachtte niets, behalve dat iedere dag er 1 was en dus weer verdiend. De nieuwe chemokuur sloeg en er was weer ruimte voor een periode van 12 weken om naar uit te kijken. Met wattenbollen in haar hoofd wist ze toch alles een positieve draai te geven en de agenda stond gevuld met verjaardagen afspraken en andere zaken. Na een hele drukke periode van ziekenhuisbezoek, onzekerheid en testen en proeven, leek de strijd nu puur innerlijk gevoerd te worden door niet meer mee te gaan in het medische circus.

De zorg was ontspoort, het medische circus begint als je ziek wordt en in plaats van een mens ben je eerst een interessant probleem om op te lossen. Blijkt dat de kanker zich doorzet, dan kom je op de mooiste afdelingen, tussen de liefste en begripvolste mensen van het hele ziekenhuiswezen, maar tegelijkertijd koken ze jou laatste avondmaal. Want zij zijn de laatsten die je ziet in het ziekenhuis. Het zou geen recht doen aan Susje om hier over uit te wijden, maar de liefdevolle mensen zijn er zeker op de afdeling Oncologie, maar het ziekenhuis is verworden tot een onmenselijke ongeorganiseerde fabriek met een groep hele goede en lieve mensen, maar ook een hele grote groep menselijke robots, die hun gevoel hebben verstopt in methodisch handelen en processen in plaats van menselijkheden.

Het was fijn dat het met Susje dus goed ging, want het circus bleef haar man en de kinderen en dus ons bespaard en maakte frustratie ruimte voor het genieten van de kleine dingen des levens. Susje snoepte weer, wist om te gaan met de droge mond, de wondjes en de pijnen, speelde spelletjes met de kinderen en had zeker zes tot acht uren per dag dat ze erbij was. Zolang er een behandeling was accepteerde ze alles wat erbij kwam. De grootste angst van Susje was er dat er geen behandeling meer mogelijk was. Maar zover was het dus nog niet.

Ik pakte de brocolli zak en belde Pierre op een tijdstip dat hij bereikbaar en alleen zou moeten zijn. Ik wist tenslotte precies hoe een en ander was georganiseerd in zijn leven. Pierre nam direct op en schrok van mijn telefoontje, “Ik weet niet meer wat ik tegen je verteld heb”, zei Pierre, ik wilde hem niet gelijk onder druk zetten en vertelde dat ik erg geschrokken was van zijn verhalen en toch nog 1 keer met hem het er over wilde hebben. Pierre wist daarmee dat hij zich verluld had en zei mij vriendelijk maar dringend gedag en vroeg hem niet meer te bellen. De verbinding werd verbroken, dus ik belde nog een keer en direct werd de lijn weggeduwd.

Volledig tegen mijn gevoel in, net als dat je aan het zeevissen bent en een makreel zijn hersens moet inslaan, ging ik over op de druk. Ik typte met trilling in mijn vingers een sms: “Petra 3 jaar, moeder Martha, Sjoerd 5 jaar, moeder Dynke, die laatste voelt prettig, zag ik, foto’s kijken? Bel me”.   Vrijwel direct werd ik teruggebeld, Pierre begon te schreeuwen en te huilen, ik reageerde koel en gaf aan dat ik hem twee opties gaf. Of ik plaatste foto’s op Facebook van zijn heimelijke liefdes en kinderen en zou de uitdraaien opsturen naar het werk van zijn man, of hij het koninklijke dieet met mij delen. Daarbij was de eis dat Pierre dit zou uitprinten op papier met het watermerk van het koningshuis, zodat zeker was dat het echt was.

Pierre deed de toezegging dat hij mij dit toe zou sturen via de Rijksvoorlichtingsdienst en hierbij als argument zou gebruiken dat hij hiermee brocolli onderzoek tegen kanker ondersteunde. Ik gaf hem 48 uur om dit in orde te maken. Die avond bezat ik me helemaal om de spanning kwijt te raken van hetgeen wat ik niet mag doen, maar toch heb gedaan. Naarmate ik de drank het werk laat doen bagataliseerde ik mijn gedrag om uiteindelijk geen schuldgevoel meer over te houden.

De volgende ochtend gaat de deurbel, het was de bezorger van Eco Pharmaceuticals met wederom een pakketje. Ik schrok en besefte me dat ik de afgelopen maand nauwelijks thuis ben geweest, laat staan het onderzoek heb gedaan dat ik beloofd heb. In mijn werkkamer stond de 12 keer de gedooghoeveelheid wiet. Medicinaal dat dan wel, maar het was niet handig om dit in huis te hebben.

Op mijn voicemail stond Van der Velde van Eco Pharmaceuticals, al 7 dagen lang laat hij berichten achter en is woedend, hij vraagt zich af wat er aan de hand is.  Nadat ik snel wat studenten had gebeld van mijn universiteit gingen zij diezelfde dag nog 12 tegen betaling onderzoek doen, iedere student een provincie. Van der Velde reageerde “Godverdomme, Antonius, ik dacht jij bent er onder door aan gegaan, dat was niet prettig”. Ik bood mijn excuses aan en vertelde dat een naaste plotseling kanker had gekregen en daardoor studenten heb ingeschakeld om het veldwerk af te ronden.  Ik maakte een afspraak met Van der Velde voor de week daarna, zodat ik tijd had om de onderzoeksresultaten te analyseren en een voorlopige conclusie te delen.

Stilte

Ik werd wakker van de zon die volop in mijn gezicht scheen, de wrange smaak van de drank nog in mijn wangen en verschillende gemiste voicemails van de studenten die onderweg waren. Het leek erop dat de wiet zich verspreidde en het onderzoek gestalte kreeg, het geld was niet meer nodig, zolang Pierre maar zijn lijst zou leveren.

Met een stevige kater, begon ik de onderzoeksresultaten uit te werken, interessant wie allemaal met de treinreizen. Ik noemde het rapport “Blowing in The Wind” en sloot mij op in de werkkamer om , terwijl de interviews binnenrolden.

Via sms had ik nog even contact met Susje, ik had geen zin haar te spreken zonder iets in handen te hebben. Ik wist dat ze het chanteren van Pierre niet goed vond en wilde hier geen ruzie over krijgen. Susje was positief, maar gaf wel aan last te  hebben van de vele tijd die verloren ging aan het vinden van de goede mensen in het ziekenhuis en de vermoeienis van de chemokuren die ze doorstond. Het was dan ook hoog tijd dat er iets zou gebeuren, ik hoopte dan ook dat Pierre snel zou reageren. De stilte stelde mij niet gerust.

De stilte bleef nog geen bericht van Pierre, de twijfel sloeg toe of ik het wel goed had aangepakt. Ik moest iets doen.  “Met die nichten weet je het maar nooit” , dacht ik. Ik stuurde Pierre een sms “Brocolli, what’s next?”, hij reageerde niet en ik moest maar afwachten hij had nog 24 uur. Terwijl ik naar buiten keek zag ik een politieauto door de straat rijden, die voor de deur van ons huis stopte.

Ik schrok, maar was opgelucht dat de grote hoeveelheid medicinale wiet uit huis was verdwenen. Mijn vrouw deed open en liet de politiemannen binnen. Via de trapopgang probeerde ik af te luisteren waar het over ging, zodat ik mij enigzins kon voorbereiden op de vragen die zij hadden. Het ging over een student die de wiet probeerde te verhandelen en in de trein was opgepakt. Daarbij hadden ze het vermoeden dat dit al een keer eerder was gebeurd. Mijn vrouw riep me en ik snelde naar beneden.

De politie vertelde dat een student wiet aan het verkopen was in de trein en dat er de afgelopen maanden een aantal klachten waren over wietverkoop in de trein.  De student gaf aan in opdracht van mij te handelen, dus ik moest dit zo snel mogelijk ontkrachten, dat het onderzoek grotendeels door mij was uitgevoerd, maar dat er nu een versnelling aan de gang was. De student zou berispt worden en de opbrengt zou ten goede komen aan het onderzoek. De norse politieagent stemde met dit voorstel in. Ik besefte mij dat de risico’s die ik liep met mijn ideetjes aanzienlijk waren. Gelukkig trapte de agent in mijn verhaal en was daarmee de kous af.

Terwijl de politie afscheid nam, trilde mijn telefoon, het was Pierre, ik excuseerde me  terwijl ik de telefoon snel aannam. Pierre aan de andere kant van de lijn was kort en zakelijk. “Ik heb de lijst, maar wil in ruil jouw mobiele telefoon met alle originele foto’s erop. De simkaart kun  je houden” zei hij en vervolgde “Pas als ik zeker weet dat ik alle orginelen heb, dan krijg je de lijst.”

Hij vertelde dat hij een vriendje had bij de koninklijke scanafdeling die alle mobiele telefoons van voor en achter kon doornemen om zo te kijken of er geen schadelijke acties waren gedaan. Mijn enige inzet was de lijst van de koninklijke eet gewoontes en patronen, zodat ik daarmee Susje kon genezen.

We spraken af bij het koffiehuis de volgende dag, ik zou mijn telefoon aanleveren en een verklaring tekenen, waarmee ik Pierre volledig vrij zou pleiten.

Het was 10:00 uur  ’s ochtends, toen Pierre in het koffiehuis kwam opdagen,  “Mobiel inleveren en verklaring tekenen”, commandeerde hij kortaf. Ik gaf hem mijn mobiel en tekende de verklaring en Pierre keek schichtig om zich heen. “Als ze in de gaten hebben dat ik de lijst van koninklijke huize kopieer dan word ik subiet ontslagen”. Ik had een prepaid gekocht, scheurde ondertussen de verpakking open en duwde mijn simkaart hierin, alsof er niets aan de hand was. Het interesseerde me verder niet zoveel, maar knikte meewarig en zei dat het een zakelijke deal is en er is geen tijd te verliezen. “Wanneer ontvang ik de lijst”, vroeg ik. Pierre vertelde dat hij deze nacht nog een bericht zou ontvangen dat alle bestanden op mijn mobiel origineel zouden zijn en niet verzonden of elders opgeslagen. Hoe hij dit kon weten, snapte ik niet, als ik die lijst maar kreeg. In mijn ooghoeken zag ik een man en een vrouw met elkaar via een oortje communiceren. Heel even was ik uit balans, want in hoeverre was Pierre er nu op uit om mij een pootje te lichten. Ik probeerde hem te slim af te zijn: “Dat is dan 5 euro, voor de telefoon?”, zei ik hardop zodat iedereen het kon horen. Pierre reageerde verbaasd, “5 euro voor de telefoon?”, ja zei ik, u wilt toch mijn telefoon kopen. Een mevrouw achter ons reageerde “5 euro, dat is een koopje…”, ik grapte ” U mag hem ook wel kopen hoor maar dan voor 10 euro”. Pierre was duidelijk aangeslagen door deze actie en gaf mij 5 euro en stond op…en zei de vrouw vriendelijk gedag, schudde mij de hand en vertrok.  De man en de vrouw waren verdwenen en Pierre was ook uit zicht.

Ik moest vertrouwen houden dat het goed zou komen, maar goed op blijven letten. Mijn mobiel waar ik Pierre mee onderdrukte gaf ik uit handen, maar ik had een koffie huis vol getuigen dat we een deal hadden gesloten voor de verkoop van een telefoon. Het kon me allemaal niet meer schelen. Ik rechtvaardigde mijn gedachtes met het gegeven dat het toch eerlijk was dat gewone mensen toegang hadden tot deze lijst, er was dus een lijst en die zou ik krijgen en daarmee zou ik Susje kunnen helpen.

Ik ging naar het strand en bleef daar slapen in een duinpan, het was alsof ik in een parralle wereld leefde buiten mijzelf in afwachting van wat komen ging. Het was lekker stil op het strand, ik was niet bereikbaar, mijn mobiel was er niet en ik viel in slaap van het geruis van de zee. Stilte voor de storm die komen zou.

 

 

 

 

 

 

 

Vluchtig

De zon ging onder op het strand en ik belde even met mijn vrouw, hoe het met haar ging. Inmiddels was ze zes maanden zwanger en om haar de spanning te besparen vertelde ik haar alleen over het onderzoek. “Ja, ik ben aan het nadenken over wat ik ga concluderen bij Blowing in de Wind”. Het was een gaaf onderzoek, zo onder de radar en de uitkomsten waren ook verrassend dus genoeg om te delen.

Ik vertelde zo dat medicinale wiet helemaal niet zoveel afwijkt van de gewone wiet, dat hooguit de werkzame stoffen beter gecontroleerd zijn op hoeveelheid. Het project is daarmee namelijk zonder risico, want je wordt er niet slechter van hooguit high. Mijn vrouw moest lachen….”Dus jij zit nu de hele dag de wiet te testen?”. Ik lachte, ” Nou en dat betekent dat ik nog even druk ben en het vermoedelijk heel laat wordt”, mijn vrouw was erg begripvol en  drong er op aan om Susje nog even te bellen. Er waren nieuwe uitslagen.

Susje was kalm, maar onzeker, “Antonius, de chemo werkt niet meer en ik moet nu een andere en is maar afwachten of die aanslaat”. Ik schrok, negen maanden geleden en drie chemokuren verder, Susje werd slechter en slechter. Als de chemo het niet meer deed, dan werd het weer spannend of de volgende het wel weer zou doen. Ik vertelde Susje dat ze moed moest houden, als ik iets kon doen, dan zou ze me dat vertellen. ” Ik kom morgen bij je langs met een dieet”, Susje reageerde lachend, “het koninklijk dieet zeker?” , ik bleef serieus en vertelde dat ik heel dichtbij was. “Pas maar op”, zei ze, ” straks zit jij in de gevangenis en kan je niet meer zien, we hebben je nodig”, de opmerking van Susje maakte me niet minder gespannen, maar wilde haar dit niet laten merken.  “Ach hooguit 80 uur taakstraf hoor, dus dat overleven we toch wel, tot morgen”.

Het is inmiddels 0:00 uur en nog steeds geen bericht van Pierre. Ik merkte dat ik ongeduldig beg0n te worden en keek iedere vijf minuten wel het beeldscherm van mijn telefoon. Het was een hele lang dag die zich minuut voor minuut vooruit duwde in de tijd…ik was niet moe, maar gespannen, onzeker en geïrriteerd “Kom op nou”, dat speelde de hele dag door mijn hoofd. Ik slenterde door de straten en net voor ik besloot een café in te lopen voelde ik ineens een keiharde klap vol  in mijn gezicht. Nog voor dat ik mij besef wat er gebeurd kreeg ik nog een klap en val op straat en proefde het bloed in mijn mond. Ik sloot mijn ogen en probeerde stil te liggen, alsof ik bewusteloos was. Ik hoor een vrouw rennen ” Pierre kappen, niet doen, straks is hij nog dood en dan hem je een groot probleem, vanmorgen hebben allemaal mensen jullie gezien in het koffiehuis, stoppen nu”. Ondanks de pijn was ik blij dat het Pierre was. Een man greep in en ik hoorde hoe hij Pierre van mij afrukte. In mijn volledige bewustzijn deed ik mijn mond een beetje open en liet er wat bloederig speeksel uit lopen.  “Hij ademt nog”, hoorde ik de vrouw zeggen. “Kom laten we snel zijn” ,reageerde de man. Ik voelde hoe iemand iets in mijn binnenzak stopte en hoe de drie de straat uitliepen. Nog even galmde het “Pierre klootzak, hij had wel dood kunnen zijn”, Pierre reageerde furieus, “die klootzak verdient het” , ik vond dat Pierre gelijk had, we stonden gelijk.  Ik bleef nog even liggen om zeker te zijn dat ze weg waren. Op een stevige pijn in mijn hoofd en een paar tanden door mijn lip, leek de schade wel mee te vallen en ik stond op en voelde in mijn zakken. Een dikke envelop met daarin papier met het watermerk van het koningshuis.

Ik was euforisch, maar op mijn hoede, want hoe hadden de drie mij gevonden? Dat kon helemaal niet. Ik nam het zekere voor het onzekere en gooide mijn mobiele telefoons in de gracht. Bebloed maar tevreden kwam ik thuis bij mijn vrouw en vertelde dat ik overvallen was nadat ik per abuis 50 porties medicinale wiet bij de methadon bank had laten zien. Zij susde mij en met natte doeken werd de pijn op mijn hoofd al minder. Bij de telefoonmaatschappij blokkeerde ik mijn nummer en vroeg om een nieuw geheim nummer.

Ik ging tevreden in bed liggen, luisterde naar de baby in de buik van mijn vrouw en zong een liedje van plezier. Mijn vrouw was verbaasd, “hoe kan je nu zo blij zijn?”. Ik vertelde dat ik een grote ontdekking had gedaan en de koninklijke lijst van spijzen had gekregen, die zouden moeten helpen bij het wegkrijgen van de kanker van Susje. “Dat was me wel een paar stevige klappen waard” , grapte ik. Mijn vrouw schudde van het lachen en meer vragen leken bij haar op te komen dan antwoorden, “zal ik maar niet vragen hoe je hier aan komt”, vroeg ze. Ik antwoordde dat ik dat een uitstekend plan vond.

Experiment

Ik was vroeg wakker en wilde naar Susje toe, ik had haar nu al enige tijd niet gezien en wilde haar pas onder ogen komen als ik iets had. Dat moment was nu eindelijk daar, trots met de lijst op zak reed ik naar haar toe. Met enige paranoia was ik beduchter op het verkeer om mij heen en bang om dit moment te verliezen.

Susje schrok zich een hoedje toen ze open deed. “Antonius, wat is er gebeurd?”, zei ze, terwijl ze zich tegelijkertijd verontschuldigde, ” ik ben zo moe, dat ik alleen maar met mezelf bezig ben” . Het gekke was dat Susje altijd aan anderen dacht, nog steeds door deze opmerking bekrachtigd. Toen ik de lijst toonde, barstte Susje in huilen uit. Alles is al geprobeerd en de de chemokuren die ze nu gaan proberen komen uit “de oude doos”. Beelden van tandartsen met grote boren, ouderwetse zaagmachines voor amputaties en ander middeleeuws gevaar schoten door mijn hoofd. “Ik ben moe, maar ik wil genieten van iedere minuut”, zei Susje. “Dan doe je dat voortaan ook nog maar met lekker en wellicht betoverend voedsel”, reageerde ik.

Ik belde de kok van het restaurant in Delft, die mij zo goed geholpen had en vertelde dat ik naast Brocolli nog een ontdekking had gedaan. En gaf aan dat ik door zijn steun zo ver was gekomen dat ik nu zelfs de voedingslijst had gekregen, waarvan werd beweerd dat deze genezing zou kunnen brengen. Natuurlijk als professional was hij meer dan geinteresseerd in deze lijst en dus maakten we een deal. Hij zou vanaf nu iedere dag een recept maken van de lijst en via de vriendinnen van Susje laten bezorgen bij Susje en hier rijkelijk voor beloond worden.  Tenslotte hadden alle eerdere acties al geleid tot een zwart geld bedrag van 35 duizend euro en het was hier om te doen, genezing.

Susje en haar zwager stemden in, maar gaven ook aan door te gaan met de expirementele chemo uit de oude doos. Twee experimenten zouden naast elkaar gaan werken, maar er was geen keuze. Ik kon ook het risico niet nemen dat de kankercellen toch om zich heen zouden blijven slaan, want over meer dan Brocolli was er gewoon niet veel bekend.

Drie maanden lang, iedere dag, zou de kok nu een menu klaar maken, afgepast volgens de koninklijke richtlijn. Ik was vervuld met arrogantie dat dit zou moeten lukken. En natuurlijk doopten we Susje “om tot de blowende prinses….schaterlachend “.
We beseften ons allemaal dat dit een kans was die we niet konden laten lopen, daarbij was het geregeld en hoopten we op het onmogelijke door dit experiment.

Met zo’n ziekte als kanker kreeg je alleen maar experimenten aangereikt, goeroe’s van Chinese kruiden stonden op, blauwe jurk reiki en de meest vieze dingen, waarbij je als kankerpatiënt echt niet in staat was naast die slopende chemokuren en alles wat er bij komt dat uit te proberen. Maar deze aanpak was logisch en gaf hoop. Vanaf deze dag zou Susje voortaan koninklijk dineren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paniek

Drie weken verder, iedere dag een kok op de stoep, de heerlijkste maaltijden en het gevoel hebben het goed te doen voor het lijf en de leden waren voor Susje en haar gezin een openbaring. Tenslotte na al die chemische rotzooi die nog steeds het lichaam in verdween was het voor Susje alsof er ook iets goed gebeurde.

Drie weken lang was de glimlach op het gezicht te zien en dat maakte het (met haar pruik op) alsof er niets aan de hand was.Susje werd aangesproken, wat zie je er goed uit. Het stukje vrouwelijk zelfvertrouwen groeide in haar en ze belde mij dagelijks enthousiast en blij. Er was hoop en dat was na het langzamerhand oprakende arsenaal aan chemokuren nodig, want hoop deed leven bij Susje. De volgende dag was er een nieuw moment dat de uitslagen van het bloed binnen zouden komen en dan zouden we weten of het koninklijke dieet zou werken.

Ik was al vroeg wakker en de zenuwen gierden door mijn lijf. Susje en haar man hadden gevraagd of ik mee wilde naar de oncoloog, ik moest het gewoon horen. Alle drie waren we in volle spanning en hoop dat er een grote verbetering zichtbaar was. Er was vandaag een vervangende oncoloog, maar goed, nieuws dat positief zou zijn, kon door niemand verpest worden dachten we.

De vervangende oncoloog was niet zo aardig als de man die Susje altijd had. Sterker nog, deze begon Susje te verwijten dat ze teveel chemo had gehad. Het werd tijd dat ze de waarheid in de ogen zou zien, er was niets meer mogelijk en de ingezette chemo was veel te zwaar voor het lichaam. Daarbij kwam ook nog de medeling dat het bloed de verkeerde kant opging en er dus een grote verslechtering aan de gang was.

De man van Susje begon te schelden en wilde bijna de oncoloog over tafel trekken. Ik hield hem rustig en vroeg, wanneer de andere oncoloog er was, want tenslotte was het zo dat hij het complete beeld had. Wat eerder gebeurde bij de second opinion gebeurde hier ook. Het was belachelijk dat een invaller zo vooringenomen te werk kon gaan, maar in mijn achterhoofd zat natuurlijk dat het snode plan totaal niet had geholpen.

Susje was helder….